'Sinterklaas, we lopen al uren en uren. Gaan we eigenlijk wel de goede kant op?'

Boot-Piet

Sinterklaas, Ozosnel en alle Pieten liepen door de nacht naar Dubbeldam. Toen Boot-Piet de Pakjesboot heel goed had afgesloten, waren ze op weg gegaan. Regel-Piet liep voorop. Hij hield een papier vast waar op stond door welke straten ze moesten lopen. Achter Regel-Piet liepen alle andere Pieten. Sinterklaas en Ozosnel kwamen achteraan.

Sinterklaas had tegen de Pieten gezegd dat ze niet hard mochten praten onderweg, want het was midden in de nacht en iedereen lag in bed te slapen. Dus liepen ze stilletjes over de stoep langs de donkere huizen en de dichte winkels. Er was niemand te zien. 
Boot-Piet dacht dat Dubbeldam maar een klein eindje lopen was, maar hij had zich vergist. Tjonge, hij liep nu al heel, heel lang, vast al uren en uren. 'Sinterklaas, we lopen al uren en uren. Gaan we eigenlijk wel de goede kant op?' vroeg Boot-Piet.
'Ssstt…' zei Sinterklaas.
'Natuurlijk gaan we de goede kant op,' zei Regel-Piet. 'Ik heb het papier in mijn hand. Denk je soms dat ik het niet goed doe?'
'Ssstt…' zei Sinterklaas.
'Dat denk ik helemaal niet,' zei Boot-Piet. 'Maar we lopen al uren en uren. Het is helemaal niet erg als je de weg kwijt bent. Zal ik eens kijken op dat papiertje? Op de boot moet ik ook altijd kaartlezen. Ik kan heel goed kaartlezen.'
'En ík kan ook heel goed kaartlezen,' snauwde Regel-Piet. 'Jij denkt altijd dat je alles beter kan.'
'Ssstt…' zei Sinterklaas.

Uit een andere straat kwamen twee politieagenten aangelopen. Ze schenen met hun zaklantaarn op de Pieten. 'Is er een probleem?' vroeg een van de politieagenten.
De andere agent scheen met zijn zaklantaarn op Sinterklaas. 'U komt me bekend voor,' zei de agent.
'Echt waar?' vroeg Sinterklaas. 'Lijk ik op een boef?' Sinterklaas moest lachen om zijn eigen grapje.
Maar de agent kon er helemaal niet om lachen. Hij kwam dichterbij en zei tegen Sinterklaas: 'Mag ik uw papieren even zien?'

De andere agent kwam nu naar zijn collega lopen. Hij fluisterde: 'Zie je niet wie dat is, Kees? Dat is Sinterklaas!'
'Nou en?' zei agent Kees. 'Ik ken geen Sinterklaas.'
De andere agent was zo verbaasd dat hij bijna zijn zaklantaarn liet vallen. 'Sinterklaas is Sinterklaas.'
'Ja, dat snap ik. Sinterklaas is Sinterklaas en Kees is Kees en Jan is Jan.'
De andere agent schudde zijn hoofd en liep naar Sinterklaas. 'Neemt u het mijn collega niet kwalijk, Sinterklaas. Hij weet niet wie u bent, maar loopt u gerust verder. En de Pieten ook en natuurlijk ook uw paard Ozosnel.'
'Jij kent ook iedereen,' zei agent Kees tegen zijn collega.

De hele stoet liep rustig verder. De agenten hadden uitgelegd dat het nu niet ver meer was naar Dubbeldam. Nog even deze weg uit en dan naar links en dan naar rechts en dan een donker pad op en dan waren ze bij de camping waar de caravans stonden.
Idee-Piet dacht dat het een goed idee was om een kortere weg te nemen. 'Als we nou langs deze achtertuinen lopen dan is dat een stuk korter.'
Daar gingen ze met z'n allen achter elkaar langs de donkere achtertuinen. Het enige dat je hoorde in de nacht waren de voetstappen van Ozosnel.
Plotseling hoorden ze hard blaffen. Ozosnel schrok en Sinterklaas en de Pieten ook. Het paard van Sinterklaas hinnikte hard en hij tilde even zijn voorpoten op.
'Rustig maar, rustig maar,' zei Sinterklaas.
'Ssstt…' zei Regel-Piet.
'Wat een geblaf nou weer,' zei Sinterklaas. 'Langs die achtertuinen lopen was niet zo'n goed idee van Idee-Piet.'
'Het was maar een idee,' zei Idee-Piet.

Er kwam een hondje aanrennen dat blaffend rondjes rende om Ozosnel heen. Ozosnel was een beetje bang van het blaffende hondje.
En toen kwam daar ook ineens een mijnheer aanlopen. Dat was het baasje van het hondje. 'Kijk nou eens, daar heb je Sinterklaas en de Pieten al,' zei de mijnheer. 'Wat doet u hier midden in de nacht?'
'Ssstt…,' zei Sinterklaas. 'We zijn onderweg naar de camping. Niemand mag weten dat we hier zijn.'
'Nou, dat is dan niet helemaal gelukt, want nu weet ik het,' zei de mijnheer. 'Maar ik beloof dat ik tegen niemand wat zal zeggen, hoor. De camping is nog even rechtdoor en dan linksaf het pad aflopen.'

Eindelijk kwamen ze op de camping aan. De beheerder kwam in zijn pyjama en ochtendjas naar hen toegelopen. 'Fijn dat u er bent, Sinterklaas en ook alle Pieten. Hier zijn de sleutels van de caravans en daar is de logeerstal voor Ozosnel. Gaan jullie allemaal maar eerst fijn slapen, dan praten we morgenochtend wel verder.'

Morgen deel 17