'Betoeterd! Toet-toet is betoeterd. Snapt u hem, Sinterklaas?'

Bak-Piet Het was

Het was een drukte van belang aan boord van Pakjesboot 15. De boot was in Nederland gearriveerd en voer door naar Dordrecht. Er was een loods aan boord gekomen om Boot-Piet te helpen met varen. De loods wist precies de weg en hij had aan Boot-Piet uitgelegd welke kant hij op moest met de Pakjesboot. Daarna hadden ze allemaal een bordje rijstepap gegeten en was de loods weer in zijn eigen bootje gestapt om naar zijn loodskantoortje te varen.

Inmiddels was het al donker en heel laat, wel midden in de nacht. Sinterklaas liep in het donker over het dek van de Pakjesboot. Hij ging naar Boot-Piet die in de stuurhut stond en aan het grote roer draaide zodat de boot de juiste richting op ging.
'Kom maar gauw binnen Sinterklaas en doe de deur dicht want het is koud in Nederland,' zei Boot-Piet.
'Het is inderdaad heel koud,' zei Sinterklaas. 'Ik mag wel niet vergeten tegen de Pieten zeggen dat ze zich extra warm aankleden. Hoe laat denk je dat we in Dordrecht zijn?'
Boot-Piet keek op allerlei klokjes die in de stuurhut waren en toen keek hij voor de zekerheid nog op zijn horloge. 'Ik denk over een half uur, Sinterklaas.'
'Oei, dan mogen we wel opschieten,' zei de Sint en hij liep snel de stuurhut uit.

'Alle Pieten verzamelen!' klonk het door de Pakjesboot. Als het nodig was kon Sinterklaas best hard roepen. Iedereen rende naar de salon. De woonkamer op een boot heet: salon. Toen alle Pieten in de salon stonden zei Sinterklaas: 'Over een half uur zijn we in Dordrecht. We leggen de boot dan aan de kade en gaan stilletjes op weg naar Dubbeldam. Horen jullie goed wat ik zeg?'
'Stilletjes op weg naar Dubbeldam,' herhaalden de Pieten door elkaar.
Sinterklaas keek ineens bezorgd. 'Er is één woord waar ik een beetje ongerust van word en dat is het woord stilletjes.'
Ongerust-Piet riep blij: 'Wat fijn dat u ook weleens ongerust wordt, Sinterklaas. Ik ben altijd ongerust. Ik weet niet waarom u ongerust wordt over het woord stilletjes, maar nu ben ik het ook. hè bah, ik wil helemaal niet ongerust zijn over stilletjes.'
'Rustig maar Ongerust-Piet,' zei Sinterklaas. 'Je hoeft niet echt ongerust te zijn. Ik ben ook niet echt ongerust, maar ik wil wel tegen alle Pieten zeggen dat ze heel stil moeten zijn als we  onderweg zijn. Het is midden in de nacht en alle mensen in Dordrecht en Dubbeldam liggen te slapen. Ik wil niet dat er iemand wakker wordt en mij ziet. De kinderen in Dubbeldam zien mij pas zaterdagavond 30 november op het Damplein. We gaan dus heel stil op pad zodat niemand ons kan zien en horen. Begrepen?'
Alle Pieten begonnen nu te fluisteren. 'We hebben het begrepen, Sinterklaas. We gaan heel zachtjes lopen en niet praten onderweg. Hooguit fluisteren.'
'Gelukkig dat jullie het begrijpen.' Sinterklaas klapte zachtjes in zijn handen. 'Vooruit, allemaal warme kleding aan, want het is een koude nacht. Over tien minuten verzamelen op het dek.'

Even later stonden Sinterklaas en alle Pieten op de kade in de stad. Het was heel stil en heel donker. En ook heel koud. Ze stonden allemaal te wachten op Boot-Piet die de Pakjesboot zou afsluiten.
Opeens klonk er het geluid van een hele luide toeter. Sinterklaas en alle Pieten schrokken zich een hoedje.
'Ssstt!' fluisterden de Pieten.
'Wat een herrie,' fluisterde Sinterklaas boos. 'Die scheepshoorn is tot in Spanje te horen. Is die Boot-Piet nou helemaal betoeterd!'
'Ja, dat is hij!' lachte Bak-Piet. 'Betoeterd! Toet-toet is betoeterd. Snapt u hem, Sinterklaas?'
'Stil,' zei Sinterklaas.
Daar kwam Boot-Piet tevoorschijn. 'Ik stootte per ongeluk op de toeter, Sinterklaas,' riep Boot-Piet. Zijn stem klonk luid over de kade. 'Dat komt omdat de vloer nog een beetje glad is van toen er gemorst is met de chocolademelk. Ik liep op mijn gemakkie door de stuurhut en toen gleed ik een beetje uit en toen stootte ik tegen de toeter en toen hoorde je: toet-toet!'
'Stil nou toch, Boot-Piet. Je hebt een stem als een brandweersirene.'
Boot-Piet begon van schrik te fluisteren. 'Toet-toet.'
'Ja, ja, nu weten we het wel,' zei Sinterklaas en hij begon te lopen. 'Allemaal stil nu. Op naar Dubbeldam.'

Morgen deel 16